DE DROOM VAN EISIK
In de Poolse stad Krakau woonde eens een arme koopman met de naam Eisik Jacobowitz. Op een nacht kreeg Eisik een droom. Hij zag een prachtige stad met een grote rivier die er dwars doorheen slingerde. Op een van de bruggen over de rivier zag hij een man staan die hem wenkte. Eisik liep in zijn droom naar de brug en de man sprak hem aan: “Deze stad hier heet Praag. Bij de Karelsbrug, waar je nu op staat, ligt een schat op jou te wachten.”

Een week later kreeg Eisik precies hetzelfde nachtgezicht en nog geen week later droomde hij weer over de schat bij de Karelsbrug in Praag. Nu wist hij het zeker, dit was een teken. Daarom ging hij op weg naar Praag. Na een wekenlange voettocht bereikte hij eindelijk de stad, maar waar moest hij nu die schat gaan zoeken? Dat had de man in zijn dromen er niet bij gezegd.

Eisik liep de hele dag heen en weer over de Karelsbrug en zocht naar een aanwijzing. De ene keer stond hij op de kade, de andere keer daalde hij af naar de rivier. Tot ‘s avonds laat ging hij door met zoeken en scharrelen rond de brug. Het kon niet anders of de schildwacht, die de Karelspoort en brug bewaakte, kreeg hem in de gaten.
“Hé jij daar, ben je de weg soms kwijt? Of zoek je iets?”
“Ik zoek een schat die hier ergens verborgen ligt”, antwoordde Eisik eerlijk.
Hij vertelde de poortwachter van de droom die hij tot drie maal had gehad.

”Ha ha, dus jij gelooft in zulke dromen?!” Zei de schildwacht, bulderend van het lachen. “Dan zal ik je gauw uit de droom helpen, kerel. Als ik net zo’n ezel was geweest als jij, dan had ik nu al lang en breed in Krakau gezeten.”

“Hoe bedoel je?”, vroeg Eisik.
De poortwachter vertelde hem daarop een eigenaardig verhaal. “De afgelopen weken heb ik ook tot drie maal toe een rare droom gehad. Een man zei me dat ik naar Krakau moest reizen. Daar moest ik zoeken naar het huis van een zekere Eisik, een koopman. In zijn tuin, onder een oude perenboom, zou een schat begraven liggen. Nou, zoiets doms geloof je toch niet?”

Eisik kon zijn oren niet geloven, maar hij wist genoeg. Hij keerde zo snel mogelijk terug naar huis om in zijn eigen tuin onder de oude perenboom te gaan graven. Na een uurtje stuitte hij met zijn schep op iets hards. Plok! Een ijzeren kist. Toen de kist eenmaal boven de grond stond en geopend werd, zat die barstensvol met goudstukken, sierraden en edelstenen.

Sinds die dag hebben Eisik en zijn vrouw geen geldzorgen meer gekend. En wanneer mensen hem vroegen hoe hij aan zijn rijkdom was gekomen, dan zei hij elke keer:
“Het begon allemaal met een droom en een verre reis.”